
de Volkskrant
4 maart 2017 zaterdag
Section: Sir Edmund; Blz. 6
 RONALD VELDHUIZEN
Highlight: Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden.
Deze week: de ijsbeer is niet bedreigd, maar gedijt juist.
Maandag was het internationale ijsberendag, omdat het roofdier lijdt onder de opwarming van de aarde. Onzin, zegt expert Susan Crockford van de Amerikaanse denktank Global Warming Policy Foundation (GWPF). Ondanks het smeltende poolijs komen er sinds de jaren zestig ijsberen bij. Waren het er zo'n 20 duizend in 2005, nu zouden dat er een 30 duizend zijn. 

Maar klopt dat? Vooruit: met grofweg 30 duizend staan ijsberen allerminst aan de rand van de afgrond. 'Actiegroepen doen vaak alsof de ijsbeer acuut zal uitsterven, maar dat is niet zo', zegt Maarten Loonen, poolonderzoeker bij het Arctisch Centrum in Groningen. Op de Rode Lijst heet de ijsbeer 'kwetsbaar'. 

Maar dat het relatief goed gaat vergeleken met de jaren zestig, komt vooral doordat er al tientallen jaren een breed jachtverbod op ijsberen geldt: de dieren zijn bezig met een comeback. Die maakt ijsbeertellingen moeilijk te koppelen aan het almaar slinkende zee-ijs, iets dat Crockford juist wél doet. 'Je zou kunnen zeggen dat er op dit moment nog niet genoeg ijsberen terug zijn om de krimp van het poolijs op te merken', zegt Jouke Prop, die vanuit het Arctisch Centrum het aanpassingsvermogen van ijsberen onderzoekt. 

Crockford beweert ook dat de aantallen ijsberen sinds 2005 in rap tempo stijgen, maar ook dat valt volgens Prop niet hard te maken. Ze winkelt selectief in de tellingen, zegt hij. 'Daarnaast zijn ijsberen moeilijk te tellen. Ze leven in een ontoegankelijk gebied en hebben een perfecte schutkleur. Eigenlijk weet niemand precies hoeveel het er zijn, dus van stijgingen of dalingen op korte termijn kun je niet spreken.' 

De sombere voorspellingen waaraan de ijsbeer zijn beschermde status ontleent, zijn bedoeld voor de lange termijn en op stevig bewijs gestoeld. IJsberen sterven niet massaal door het smelten van poolijs an sich, maar duidelijk is dat ze zonder ijs minder vet voedsel zoals zeehonden vinden, waardoor ze vermageren, ronddwalen en minder jongen werpen. Uitsterven gaat dus langzaam: blijft het zee-ijs smelten, dan merkt de ijsbeer dat vroeg of laat.
De ijsbeer redt zich inderdaad aardig, maar de vooruitzichten blijven slecht.




